Skip to main content
home-page
Deel op facebook
Deel op twitter
home-page
Deel op facebook
Deel op twitter
Projecten

Vispassage van de Bellemolen

14-02-2020

Doordat de waterkwaliteit verbetert, keren vissen terug naar onze waterlopen. Maar er is meer nodig. Vissen verplaatsen zich voortdurend in een waterloop op zoek naar voedsel, voortplantingsplaatsen, overwinteringsgebieden of nieuwe leefgebieden. Vaak verhinderen stuwen, watermolens of bodemvallen die migratie, omdat vissen er niet voorbij kunnen zwemmen.   Voor de ecologisch belangrijke waterlopen wordt daarom gezocht naar oplossingen om deze vismigratie terug mogelijk te maken.  Dit is bovendien een doelstelling van de Benelux-beschikking “vrije vismigratie” en de Europese “Kaderrichtlijn Water”. Aan de Bellemolen valt het water permanent ongeveer 1,5m naar beneden en vormt daarbij het eerste knelpunt voor de migratie vanuit de Dender.  Het is dan ook van cruciaal belang voor de rest van het stroomgebied van de Bellebeek dat dit knelpunt wordt opgelost. Pas na sanering van dit knelpunt kunnen vissen terug vanuit de Dender stroomopwaarts de Bellebeek opzwemmen. Historiek Bellemolen In de jaren 1100 werd door de Abdij van Affligem de toenmalige waterloop over een lengte van 2 km verplaatst naar de noordelijk flank van de vallei.  Dit is was nodig om het verval aan de molen te creëren, zoals dit ook bij veel andere watermolens werd gedaan.  De oude bedding van de waterloop kwam hierdoor droog te staan en werd herleid tot een kleinere afwateringsgracht. Ter hoogte van Bellemolen is het overblijfsel hiervan de huidige Bosbeek. Waar vroeger de “sluisvijvers” waren kunnen we nog duidelijk enkele glooingen in het terrein terug vinden waar de oude meanderend waterloop liep. De Bosbeek loopt langs de oude vijvers en is recht getrokken. Realisatie vispassage Voor de realisatie van de vispassage werd de meest natuurlijk oplossing gekozen door gebruik te maken van de bestaande Bosbeek en deze op twee punten te verbinden met de Bellebeek. Ter hoogte van de opwaartse verbinding wordt een knijpconstructie geplaatst om de instroom naar de Bosbeek te beperken bij hoge waterstanden op de Bellebeek.  Bovendien wordt de koker onder de Lombeekstraat vergroot zodat het huidig risico van wateroverlast er ook zal afnemen.  De betere en permanente doorstroming van de Bosbeek zal daarnaast ook aanslibbing en kruidgroei in de beek beperken en het uitdrogen van de aanpalende gronden voorkomen. De uitvoering van de werken is voorzien in 2020-2021.

Projecten

Sedimenttransport naar de waterloop

13-02-2020

In de beheersing van de sedimentproblematiek in Vlaanderen is een vermindering van de sedimentaanvoer ten gevolge van bodemerosie cruciaal. Erosiebestrijdingsmaatregelen (EBM) worden bij voorkeur zo brongericht mogelijk ingezet en richten zich zowel op het verminderen van de sedimentaanvoer naar de waterlopen als op het behoud van bodemkwaliteit en het verminderen van modderoverlast op het land. Naast de EBM worden maatregelen in en naast de waterloop zelf genomen, zoals de aanleg van oeverzones, de aanleg van sedimentvangen en de ruiming van de waterlopen. Een doordacht beleid inzake bodemerosie en de sedimentproblematiek vraagt een goede kennis van de processen die zich afspelen op het land en in de waterloop en van de link tussen beiden. Daarom werd door Departement omgeving en de VMM een sedimentmodel ontwikkeld. Dit model, gebaseerd op de RUSLE vergelijking, geeft een goede inschatting van bodemerosie en sedimentatie op het land en de aanvoer van sediment naar de waterlopen. Het model laat toe scenario-analyses uit te voeren om de meest geschikte locaties te selecteren om EBM te implementeren en de impact op de sedimentaanvoer in het stroomgebied te begroten.  Legende kaart: Gemiddelde jaarlijkse sedimenttransport naar de waterloop als gevolg van bodemerosie. Rood/oranje: grootste sedimentaanvoeren naar de waterloop Zwarte lijnen: bestaande erosiebestrijdingsmaatregelen via beheerovereenkomsten (voornamelijk grasstroken)

Projecten

Sedimentvangen op de Steenvoordebeek en de Hunselbeek

13-02-2020

In 2016 werden twee zandvangen aangelegd op twee zijbeken van de Bellebeek, met name de Steenvoordebeek in Ternat en de Hunselbeek in Borchtlombeek.  Door de beek lokaal breder uit te graven vertraagt de stroming en bezinkt het mee spoelend sediment naar de bodem.  Hierdoor vermindert de kans slibvorming in de waterlopen verder afwaarts en verbetert de waterkwaliteit.  Zo’n 70% van de zwevende deeltjes worden op deze manier opgevangen. Na een viertal jaar heeft zich een sliblaag van ongeveer 1m dik gevormd en worden deze sedimentvangen geruimd om plaats te maken voor nieuw sediment.  Dit is goed voor bijna 1000 m³ slib. Jaarlijks wordt in elke sedimentvang ruim 200m³/jaar afgezet. Dit toont de zeer hoge sedimentlast van deze waterlopen ten gevolge van erosie in de opwaartse gebieden aan. Op de slibbanken groeit na een paar jaar van nature veel vegetatie die ervoor zorgt dat er zich nog sneller slib gaat afzetten.  In de sliblaag vormt zich tijdens dit proces echter spontaan ook een stromingsgeul waardoor de algemene waterafvoer van de waterloop onverminderd blijft. Bij aanleg:                                                                                              Na 1 jaar: Na 2 jaar:                                                                                                 Na 4 jaar:

Projecten

Bestrijding van reuzenbalsemien langs de Bellebeek

13-02-2020

Reuzenbalsemien is een invasieve exoot die grote populatie vormt op de oevers van de Bellebeek. Dit zijn plantensoorten die hier van nature niet thuis horen maar door de mens werden binnengebracht en door hun explosieve voortzetting een negatief effect kunnen hebben op de inheemse natuur, de economie of de volksgezondheid. Reuzenbalsemien is ooit als tuinplant geïntroduceerd bij ons. Het is dan ook een decoratieve snelgroeiende plant met opvallende paarse bloemen die in optimale omstandigheden meer dan 2 m hoog kan worden. Gezien ze zich snel kan verspreiden door het produceren van duizenden zaden en het feit dat de zaden bij rijpheid meters  in het rond worden geslingerd door het openbarsten van de vruchten (behoort dan ook tot de familie van de springzaden), heeft de soort op vrij korte termijn de voor haar optimale leefgebieden gekoloniseerd. Verdere verspreiding gebeurt o.a. via het blijven drijven van zaden, vandaar dat de soort vooral massaal voorkomt langs de waterlopen en op terreinen die regelmatig door de waterloop worden overstroomd. Rond de jaren 2010, kwam de soort dan ook massaal voor langs de Bellebeek. Op sommige plaatsen langs de benedenloop op grondgebied Affligem en Ternat, was de uitbreiding zo groot dat andere planten geen kans meer hadden. Hierin schuilt dan ook één van de negatieve effecten van de soort, ze verdringt nl. een groot deel van onze inheemse plantensoorten door de snelle toename en heeft zo een negatieve invloed op de biodiversiteit langs onze waterlopen. Gezien het een eenjarige plant is en in de winter dus afsterft, heeft dit als bijkomend knelpunt dat de oevers in de winter voor een groot gedeelte onbegroeid zijn en veel gevoeliger zijn aan erosie. In 2012 heeft de Vlaamse Milieumaatschappij beslist om reuzenbalsemien te bestrijden langs de Bellebeek. Het uitgangsprincipe is het voorkomen  dat de plant zaden produceert en verspreidt. In eerste instantie werd dit vooral gerealiseerd door het (machinaal) maaien van de oevers voor dat de zaden gevormd werden. Na een aantal jaren was de verspreiding sterk verminderd, waardoor de nog voorkomende individuen van reuzenbalsemien meer selectief konden verwijderd worden door deze manueel uit te trekken en te verwijderen. De soort is hiermee niet verdwenen langs onze beek en verdere bestrijding blijft nodig. Het belangrijkste knelpunt is dat vanuit de aanpalende percelen (vnl in natte bossen en braakliggende terreinen die onder water kunnen komen) en vanuit enkele opwaarts gelegen waterlopen en grachten een blijvende input is van zaden waardoor uitroeiing onmogelijk blijft. De uitdaging voor de toekomst is dan ook om via samenwerking met andere beheerders ook die terreinen aan te pakken.